Spelen

Kinderen spelen overal
en hebben om tot spelen te komen speelaanleidingen nodig.
Speelaanleidingen kunnen eenvoudige tot geavanceerde toestellen zijn, maar het kan net zo goed een paaltje of een parkbankje, een hoop grond of zand, een omgevallen boom of tak, een open grasveld of een ondoordringbaar heestervak, een natte plek of een heuvel, onverhard of juist verhard terrein zijn.

Het speelgedrag van kinderen is niet voorspelbaar. Het ene moment kan het kind druk bezig zijn. Het volgende moment rust op een bankje zoeken. De ene dag een rauwdouwer, de volgende dag afhankelijk of lusteloos. Daarbij zijn er verschillen tussen meisjes en jongensspel, die toenemen naarmate kinderen ouder worden. 't Zijn net mensen.