Eisen

De ruimtesoorten uit de vorige pagina kunnen worden vertaald in een programma van eisen voor de schoolspeelplaats (zie noot I). Hierbij is het doel dat elk kind op de schoolspeelplaats zijn plek vindt en tot zijn eigen vrije spel kan komen al dan niet samen met de anderen.
Open ruimte:
De ruimte waar alles mag, die bedoeld is voor ruimtevragende activiteiten.

(rennen, voetbal, basketbal, fietsen of skaten)
Verharding zonder obstakels
De 3m2 per leerling uit de Modelverordening is hier een goed uitgangspunt voor. De MBV geeft aan dat bij meer dan 200 leerlingen 600m2 volstaat. Die regel is in de jaren 80 bedacht. Bij 400 leerlingen en meer is dit veel te weinig. Aanbevolen wordt om boven de 300 leerlingen het maximum van 600m2 te wijzigen tot 1.200m2. Bij meer dan 800 leerlingen zou dit moeten opschuiven naar 2.400m2

=>

Gestructureerde ruimte:
Daagt uit tot beweging. Het gaat om speeltoestel, zandbak, maar een hinkel-, rolschaats- of verkeersbaan hoort ook in deze categorie (al dan niet met pleinplakkers).
Verzachting voor speeltoestellen
Het gaat hier om valgebied voor speeltoestellen. Gemiddeld is 80m2 per speeltoestel nodig. Tot 300 leerlingen zijn er 5 tot 6 speeltoestellen nodig. Dit is overigens inclusief de zandbak (zie onder). Hoe groter de school hoe meer er op de opnamecapaciteit van de toestellen moet worden gelet (hoeveel er tegelijkertijd mee kunnen spelen).

=>

Binnen-buitenruimte:
Hier gaat het om de verblijfskwaliteit van de schoolspeelplaats.

Hier moet over worden nagedacht vóór dat met het schoolgebouw wordt begonnen.
Beschutting
Dit kan worden gevonden in onderdelen van het gebouw:
  • luifel
  • vensterbank op zithoogte
  • overstekken van het gebouw
Maar het kan ook gevonden worden bij de overdekte fietsenstalling, buitenberging, speelhuisje, grote solitaire boom of banken tegen een haag.

=>

Margegebied:
Hierrmee worden de andere ruimtetypen 'gemaakt'.
Het gaat om een deel van het terrein dat sensorische en manipuleerbare speelstimuli bevat. Bij de keuze voor de groene aanplant kun je daarom denken aan ruiken, kleur zien, eten, voelen, proeven en ook horen (bijtjes en andere zoemende beestjes).
Verder kun je denken aan bomen en struiken die goed tegen het afbreken van takken kunnen. Of die noten of vruchten geven.
Groene ruimte
Vaste oppervlaktematen zijn niet te geven. Uitgegaan wordt van een percentage van de beide andere aangegeven ruimtesoorten. Voor schoolspeelplaatsen kan worden uitgegaan van de volgende schaal:
  • maximaal 60%
  • gemiddeld 45%
  • minimaal 30%

=>

Noten:
  1. Deze eisen zijn ontwikkeld door Stichting SPEELRUIMTE op basis van adviezen aan diverse gemeenten. Ze zijn afgeleid uit de brede studie naar gebruiksmaten voor diverse sporten en de veiligheidsmaten van een grote reeks speeltoestellen van diverse fabrikanten. Uit de tabellen zijn zo gemiddelden gehaald die van toepassing zijn op de diverse schaalniveaus.